Het Open Boek Texel

< Terug



Texelse Courant - mei 2009


'Probeer over schouder van de visser mee te kijken'
 Problemen vloot gaan onderzoeker aan het hart


Als wetenschapper wordt een zakelijke en analytische houding van hem verwacht. Niet meer en niet minder. Maar na twee diepgaande onderzoeken heeft de bemanning van de Texelse vissersvloot een plekje in het hart van Rob van Ginkel veroverd. De crisis in de visserij laat hem dan ook niet onberoerd. Biologen wijzen wel erg gemakkelijk naar de boze visser die verantwoordelijk is voor het uitsterven van de vis. Maar je hoort nooit iets over gemeenschappen mensen die schade oplopen.


Al sinds hij in 1990 voor het eerst op het eiland neerstreek voor zijn promotie-onderzoek, heeft Van Ginkel goede contacten in de Texelse visserij. 'Op uitnodiging van Bert Weijdt, die voorzitter van de visserijvereniging was, schoof ik steeds aan bij het maandagochtendoverleg. In het begin vonden ze me misschien een vreemde snuiter, maar ik voelde me al snel geaccepteerd. Ik heb hun verhalen serieus genomen en geprobeerd een zo eerlijk mogelijk beeld van de visserij te schetsen. Toen ik jaren later weer terug was voor verder onderzoek, zeiden ze me: dan moet je maandagochtend maar weer aanschuiven.' Lachend: 'Ik kom bij niemand op de verjaardag, maar als ik op de haven ben, maak ik met deze en gene een praatje. Eigenlijk is het net als in de echte wereld: met de één kun je het prima vinden, met de ander heb je niet zo veel.'

Sinds enkele weken ligt zijn nieuwste pennenvrucht in de winkel: Braving troubled waters, een etnografisch onderzoek naar de economische, sociale en culturele dimensies van de visserij. Bij zijn onderzoek richtte hij zich vooral op de invloed van overheidsingrepen in de afgelopen drie eeuwen. Al in de zestiende eeuw golden regels, waarbij de haringvisserij was voorbehouden aan enkele grote rederijen. Meest ingrijpende maatregel in de moderne geschiedenis was de invoering in 1975 van de eerste vangstquoteringen.

Hoewel het alweer zijn twaalfde boek is en hij als cultureel-antropoloog al tientallen jaren onderzoek verricht, vertelt hij nog steeds vol passie over de visserij in het algemeen en die op Texel in het bijzonder. 'Ik ben geen visser, maar probeer over hun schouder mee te kijken en me voor te stellen wat zo'n crisis als we nu meemaken voor hen persoonlijk en voor hun gezin en bedrijf betekent. Het is echt geen lolletje om tegen je bemanning te moeten zeggen: we houden er mee op. Daar wordt vaak niet bij stil gestaan. Komt bij dat alarmerende berichten over de visstand van alle tijden zijn. Aan het eind van de negentiende eeuw werd er al voor gewaarschuwd dat tong en schol bedreigd werden. Nu is het inderdaad zo dat het slecht gaat met de stand van sommige vissoorten, maar dat is niet per definitie te wijten aan de vissers.'

Bedenkingen heeft Van Ginkel bij het beleid van de overheid, dat de crisis volgens hem eerder in de hand heeft gewerkt dan bestreden. 'De overheid heeft de visserij - maar ook de landbouw - eerst met grote subsidies gestimuleerd te groeien. Met veel succes, want in beide sectoren wordt met groot en modern materieel gewerkt. Maar vervolgens zegt diezelfde overheid: nu gaan we afbouwen. En wordt opnieuw belastinggeld gebruikt om dat beleid vorm te geven.'

De quotering noemt hij 'de grootste ramp die de visserij is overkomen' 'De invoering werd gezien als belangrijke beschermingsmaatregel. Maar zoiets werkt alleen bij draconisch toezicht. De vissers zagen de quota in eerste instantie vooral als doelstelling. Ving je minder, dan had je gefaald. Méér vangen mocht natuurlijk niet, maar omdat er toch niet of nauwelijks tegen werd opgetreden, zag niemand dat als probleem. Sterker, als visser moest je wel mee in de concurrentiestrijd, of je wilde of niet. Vanuit de sector werd toen al aangedrongen op ingrijpen. De goede wil was er wel, maar de overheid liet zich daar weinig aan gelegen liggen.'

Dat de overheid de afgelopen jaren heeft meebetaald aan nieuwe vangsttechnieken, geeft Van Ginkel geen gerust gevoel. 'Voor hetzelfde geld zegt de Europese Unie straks dat de pulskor niet deugt, omdat het zielig is vissen te doden met behulp van stroomstoten. En dan wordt een veelbelovende ontwikkeling met één pennenstreek naar de prullenbak verwezen.'
Daarmee wil hij niet zeggen dat de vissers zonder fouten zijn. 'Het is niet zo dat het de vissers alleen maar overkomt. Het is altijd een wisselwerking. De vissers zijn niet per se de slachtoffers en het is ook waar dat veel vissers nogal eigengereid zijn en graag hun eigen gang gaan. Dat is nu eenmaal inherent aan hun beroep. Ik verzet me alleen tegen het beeld dat ze de zeeën leegroven en met niemand iets te maken willen hebben. Dit soort kwesties boeit me. Ik probeer ze van alle kanten te bekijken, in plaats van met een eendimensionale blik. In beleidsstukken sneuvelt dat soort nuances meestal.'

De moeilijke tijden die de visserij doormaakt, stemmen Van Ginkel weinig optimistisch over de toekomst van de sector. Toch is hij minder somber dan hij wel eens geweest is. 'Na alle saneringsronden moet je verwachten dat het de vissers die zijn overgebleven beter gaat. Ze zijn druk met de ontwikkeling van interessante nieuwe technieken, zoals de sumwing en de pulskor, die brandstof besparen en voor minder bodemberoering zorgen. Hoopvol is ook dat ze tijdens de fase van kinderziektes het bijltje er niet bij neergooien. Sterker: er zijn steeds meer vissers die overschakelen op de alternatieve vangstmethoden. Daar speelt de eigen portemonnee natuurlijk een grote rol in, maar het geeft ook aan dat schipper-eigenaren voldoende geloof in de toekomst hebben. Het is wel zaak dat ze blijven knokken en niet verzuren. Want er is de laatste jaren zo'n anti-stemming jegens de vissers ontstaan, dat ze niet mogen verwachten dat ze nu plotseling de hemel worden in geprezen.'

Braving troubled waters is een lijvig werk van 338 pagina's en geschreven in wetenschappelijk Engels. Logischerwijs is het lezerspubliek niet bijzonder groot. 'Het gaat vooral om vakgenoten van mij: cultureel-antropologen, sociaal-geografen en maritiem-historici. Als er 1500 worden verkocht, heb je de markt wel bestrekenâ' vermoedt Van Ginkel. Gezien het onbegrip dat de visserijsector vaak nog ontmoet, zou hij een uitbreiding van zijn doelgroep toejuichen. 'Het boek is misschien ook wel goed voor biologen. Ik lees de publicaties op hun vakgebied wel, maar het lijkt me sterk dat zij ook cultureel-antropologen en sociologen lezen.'

Overigens is het niet te verwachten dat zijn nieuwe boek op korte termijn in het Nederlands wordt vertaald. 'Ik heb altijd gezegd dat ik dat graag nog eens zou willen. Maar het ontbreekt me aan tijd om aan een vertaling te werken. Als wetenschapper moeten we aan een productienorm voldoen. Aan het eind van het jaar moet je kunnen laten zien dat je een voorgeschreven hoeveelheid werk hebt verricht, anders krijg je geen geld meer voor onderzoek en mag je alleen nog maar voor de klas staan. Dat is ook leuk, maar er gaat niets boven dit geklungel. Maar dat betekent dus wel dat je prioriteiten moet stellen. En ik moet eerlijk zijn: dan is Texel maar een klein onderdeel van mijn werkzaamheden. Ik ben nu bezig met een onderzoek naar de geschiedenis van de dodenherdenking en de gebruiken daarbij.'

Van Ginkel verricht een groot deel van de werkzaamheden thuis, op hoeve Zeewijk bij 't Horntje. 'Toen ik vier jaar geleden naar Texel kwam voor mijn onderzoek, had ik aanvankelijk niet het idee hier te gaan wonen. Toen stelde Margreeth voor om een jaartje naar het eiland te gaan. Dat hebben we toen gedaan, hoewel onze dochters hun vriendinnetjes wel een beetje misten. Het jaar erna hoefde ik maar weinig college te geven, zodat ik kon op en neer reizen naar Amsterdam. Nog weer een jaar later wilde niemand meer terug. Inmiddels hebben we ons huis in Westzaan verkocht. We vinden het hier heerlijk. Je hebt de ruimte en vanuit ons huis loop je zo naar zee.'


Joop Rommets