Het Open Boek Texel

< Terug



Uit het hoofdstuk over bewonings- en ontginningsgeschiedenis


4.7 De ruilverkaveling

De agrarische structuur was voor 1950 op het oude land zodanig, dat uitoefening van een enigszins moderne landbouw nauwelijks mogelijk was. Met de verkaveling van de vaak kleine bedrijven was het meestal slecht gesteld. Bovendien lagen de bedrijfsgebouwen, die overwegend bij de dorpen of op de hoge dekzandruggen of -koppen waren geconcentreerd, vaak ver van de percelen. De ontsluiting van de percelen was op veel plaatsen onvoldoende, zodat van het recht van overpad gebruik gemaakt moest worden. Ook de ontwatering, die via smalle, kronkelige sloten plaatsvond, was onvoldoende. Dit alles maakte dat de ruilverkaveling, die tussen 1953 en 1965 werd uitgevoerd, zeer noodzakelijk was.

In de voorheen onbewoonde zeekleigebieden op het oude land, zoals in De Hemmer, werden nieuwe boerderijen gebouwd. Doordat er beplanting rondom de bedrijven werd aangebracht, raakten deze gebieden meer aangekleed. Ten behoeve van een betere afwatering werden nieuwe watergangen gegraven. Soms werden hiertoe voormalige geulen sterk verbreed rechtgetrokken.

Bij de ruilverkaveling werden veel gronden vergraven, afgegraven, opgehoogd of geëgaliseerd. Bovengenoemde bewerkingen beslaan vaak aaneengesloten oppervlakten of ze werden over geringe diepte (10 à 40 cm) uitgevoerd, zodat hiervan weinig op de bodemkaart is aangegeven.