Het Open Boek Texel

< Terug



De MA169, een Maassluiser zeillogger met de naam 'Zegen en Vlijt', was eigendom van de 'Stoom-, Haring en Beugvisscherij De Hoop'. Het houten zeilvissersvaartuig van 90 ton vertrok op 3 oktober 1917 uit Scheveningen om te gaan vissen op de Noordzee bij de Doggersbank. Op 10 oktober gingen ze weer huiswaarts met een ruim vol vis ter waarde van f. 1000,-.
Er stond een krachtige westenwind die ruimde naar w.n.w.. Het was buiig weer, een ruwe, hoge zee en slecht zicht. De 8 opvarenden hadden stagfok, gatzeil, vijfkleedsfok en viszeil gehesen, omdat het grootzeil op de uitreis was ingescheurd. Vanwege het zware weer kon schipper Nicolaas van der Zwan weinig anders dan 'op de gis' koersen, zonder lodingen te nemen. Hij meende dat hij geen gevaar te liep om te dicht onder de wal te geraken.
Om 12 uur 's nachts zagen ze een wit schijnsel, dat ze voor het licht van boei 7 hield. De schipper was in de veronderstelling dat de toren van Eierland nog steeds niet brandde in verband met de oorlogssituatie. Het licht verdween weer tijdens een invallende bui. Pas toen het schip plotseling begon te stoten begrepen ze dat ze fout zaten. De logger viel voor de wind en raakte aan de grond tot over de laatste banken voor paal 16. Ze 'stakelden om hulp' en staken strozakken in brand om de aandacht te trekken, maar de schipper vergat vuurpijlen af te steken. Ten slotte kon de bemanning in de eigen sloep het schip verlaten en naar de wal roeien, waar ze werden opgevangen en naar De Koog gebracht.