Het Open Boek Texel

< Terug            Verder >




Uitverkochte titels



De wilde planten van Texel
Adriaan Dijksen
Met illustraties van Johan Reydon
Paperback, 111 pag., 16 x 22 cm, volledig herziene editie 2006, meer dan 50 nieuwe planten toegevoegd





Voor de liefhebbers van wilde planten is Texel een klein paradijs.
Dat het eiland zo'n rijke vegetatie heeft, dankt het vooral aan de grote verscheidenheid aan landschappen. In het midden heb je de Hoge Berg, de lemen kern uit de ijstijd met zijn groene weggetjes, tuinwallen en kolken. Daaromheen liggen de oude en nieuwe polders en vind je sloten, binnendijken en doorbraakpoelen. Het eiland heeft natte en droge duingebieden, buitendijkse kwelders, de Horsmeertjes. En niet te vergeten het honderd jaar geleden op de Westermient aangeplante dennenbos, dat geleidelijk meer een loofbos aan het worden is. Al deze gebieden hebben hun typisch eigen begroeiing. Die staat langs de kust onder invloed van zout of brak bodemwater, wat een bijzondere variatie teweegbrengt van gewone tot zeer zeldzame soorten.
Johan Reydon heeft in de bloeiperioden van 1979 en 1980 de meest kenmerkende Texelse planten stuk voor stuk naar de natuur geschilderd en daarmee de basis gelegd voor De wilde planten van Texel.
Voor deze nieuwe editie heeft hij er nog eens vijftig aan toegevoegd. Adriaan Dijksen zorgde voor heldere, instructieve soortbeschrijvingen en voorzag ieder bloeigebied van een levendige inleiding.

Artikel >

Bijlage >

Dialectnamen voor planten


LITERATUUR

UITVERKOCHTE TITELS
In het voetspoor van Jac. P. Thijsse - Toon Fey, Heukelem 1992
Plantengroei van de Waddeneilanden - V. Westhof en M.F. van Oosten, KNNV 1991
Verkade-album Texel - J.P. Thijsse, Zaandam 1927, heruitgave Zomer & Keuning 1988
Texel, het vogeleiland - J. Drijver, Amsterdam 1934, L.J. Veen 1957

 

Kikkertje lief
Brieven van Aagje Luijtsen, tussen 1776 en 1780 geschreven aan haar man Harmanus Kikkert, stuurman in dienst van de VOC
Perry Moree, Vibeke Roeper, Ingrid Dillo en Theo Timmer
Geb., 206 pag., 24,5 x 16,5 cm, met illustraties in kleur en zwart-wit en brieffragmenten in duotoon, 2003





In het nationale archief van Groot-Brittannië stuitte historicus Perry Moree op een kostbare schat: een volledige reeks brieven van een Texelse zeemansvrouw aan haar man die als stuurman voor de VOC voer. In 1781 werd een vloot van de Verenigde Oost-Indische Compagnie bij Kaap de Goede Hoop het slachtoffer van een Engelse aanval.
Stuurman Harmanus Kikkert behield het leven, maar zijn persoonlijke bezittingen, waaronder de brieven die zijn vrouw hem tijdens zijn reizen had geschreven, werden oorlogsbuit.
De vondst van de brieven is uniek. Een pakket van negentien lange brieven van één zeemansvrouw werd nooit eerder aangetroffen. De vondst is bovendien uitzonderlijk omdat de brieven een heel nieuw verhaal vertellen. Niet dat van de mannen op hun verre reizen over de wereldzeeën, maar het verhaal van de achterblijvende vrienden en familieleden.
Over Aagjes schouder lezen we mee: haar eenzame nachten, de omgang met haar schoonfamilie, haar dagelijkse zorgen en haar verlangen naar haar 'Kikkertje lief'. De correspondentie breekt af op een aangrijpend moment, als Aagje haar man Harmanus moet informeren over de dood van hun zoontje. Aagjes brieven zijn levendig en teder, vol dagelijkse details maar ook vol menselijk drama. Ze geven een prachtig beeld van het dagelijks leven ruim tweehonderd jaar geleden.
In het boek zijn Aagjes brieven onverkort gepubliceerd en nu voor iedereen toegankelijk. Historicus Perry Moree voorzag ze van een inleiding, waarin o.a. ook een overzicht is opgenomen van de reizen die Harmanus en zijn broers voor de VOC maakten. Vibeke Roeper en Theo Timmer zorgden voor uitleg en toelichtingen die de brieven voor elke lezer begrijpelijk maken.

'Als ik en Aavie en Betije en Leijs dan eens bij malkander zijn, dan zeg ik wel:
'Ik wou dat Harmen van de nagt eens bij mij was.' Dan laggen ze om mij en seggen:
'Wou je nog meer hebben? Me dunkt dat je al genog hebt aan uw dikke leijf.'

Bijlage >

Zie ook: Texel en de VOC - Vibeke Roeper / Ineke Vonk-Uitgeest



De grazige weiden
Essay over Jac. P. Thijsse
Jan Wolkers
Met cahiersteek, 20 pag., 15 x 22 cm, 2003





'In mijn prille jeugd waren er maar twee schrijvers. God, die de bijbel had geschreven en Jac. P. Thijsse, die de Albums van Verkade geschreven had.'

Jan Wolkers vertelt geanimeerd over zijn kennismaking met het werk van Thijsse, thuis en in het logeerkamertje bij zijn grootouders aan de Amsterdamse Overtoom, waar hij dagenlang 'als in een grazige weide' tussen de boeken en albums heeft liggen bladeren en lezen.
Bij Thijsse herkent hij nog altijd de leermeester, de didacticus 'die je bijna persoonlijk in het soppende veenmos terneder wil drukken om planten te tekenen en te ontrafelen.'
Hem citeren is onbegonnen werk, want 'het gaat maar door, als een hoorn van overvloed waaruit hij de hele flora en fauna van ons land over je uitstort in woorden en beelden die je voorgoed bijblijven.'

Ballade voor Jac. P. Thijsse - Ivo de Wijs



Vlakbij mijn hoofd wat afgedwaalde schapen
Linder Kuiper
Paperback, 50 pag., 13 x 21,5 cm, 1991





Vlakbij mijn hoofd wat afgedwaalde schapen van Linder Kuiper werd in juni 1991 uitgebracht in een oplage van 750 exemplaren.
Daarvan waren er 25 gebonden en voorzien van een originele ets van Toon de Haas, kunstschilder te Amstelveen en jeugdvriend van de dichter. Deze speciale editie is niet meer te koop.
De bundel bevat 44 gedichten, voornamelijk sonnetten. Kuiper spiegelt zich in het Texelse landschap.

Over de auteur
Linder (Leendert) Kuiper werd op 5 mei 1926 op Texel geboren als zoon van een veehouder. Zijn tweelingzusje overleed kort na hun geboorte.
Hij groeide op in de buurtschappen Spang en Harkebuurt. Voor en na zijn studie aan de Middelbare Landbouwschool werkte hij op het boerenbedrijf van zijn ouders. Daarna werd hij boekhouder bij een veevoer- en zaadhandel in Oudeschild.
Linder Kuiper overleed op 31 maart 1982. Hij liet een groot aantal gedichten na. Het gedicht Ets werd in 1982 ook gepubliceerd in de bundel Zondagskinderen van de poëzie.

Er moet een overkant zijn te beschrijven
met een gedicht dat niet in tweeën deelt,
zodat de aanvang bij het eind kan blijven.

Pagina met gedichten

Gedicht Jeanne Wesselius



Op Texel valt er nu misschien wel regen
Aart van den Brink
Paperback, 48 pag., 12 x 19,5 cm, uitgave bij het 25-jarig jubileum van Het Open Boek





Oud-Texelaar Aart van den Brink werd in 1954 in Oosterend geboren. Na zijn hbs-tijd ging hij naar Amsterdam waar hij woont en werkt.
Van den Brink was een van de dichters die in 1997 uit eigen werk voorlazen bij de heropening van galerie Het Posthuys in De Koog. Hij werkte ook mee aan de poëziemanifestaties van Kunst in Zee.
De bundel bevat veertig gedichten, voornamelijk sonnetten. Het zijn gedichten van iemand die op Texel is opgegroeid en nu in de stad woont. De eersten spelen zich af op het eiland van zijn jeugd. De andere gaan over het volwassen leven: de stad, kinderen, kantoorverliefdheden, Ierse muziek, schaken.
Af en toe zitten er tussen de regels kleine verwijzingen naar het oude eiland. De dichter wil soms wel terug, maar de mogelijkheid daartoe lijkt voorbij.
Het laatste gedicht Stadsgrens eindigt met de verzuchting: 'Op Texel valt er nu misschien wel regen, en in Den Helder stopt de laatste trein.'

Soms gaat er iemand praten in de nacht,
dan gooien ze weer 'bonken over diek'
en rookt de Rooie Zee tot in de sloten.

Pagina met gedichten

www.buienradar.nl




Familiezaken
Nico Dros
Paperback, 10,5 x 17 cm, 30 pag., 1988





'Op de laatste zaterdag van augustus 1924 meerde in de vroege avond een schipper zijn tjalk af aan de laad- en loswal achter Oost.
Volgens afspraak zouden zich omstreeks drie uur na middernacht twee passagiers bij hem aandienen, waarna men terstond zee zou kiezen.
Er was voor dit late uur gekozen om bij vloed uit te kunnen varen en om de kans op een voortijdige ontdekking van Aaltjes vlucht zo klein mogelijk te maken.'

Familiezaken van Nico Dros is in het voorjaar van 1988 uitgebracht bij gelegenheid van de 15e verjaardag van boekhandel Het Open Boek.
Het boekje kwam uit in twee drukken met verschillend omslag.
Voor het eerste leverde Toon de Haas een tekening, voor het tweede is gebruik gemaakt van een asfaltlitho van Souw de Wijn: Het steenen hoofd van de haven, uit 1938.
Het verhaal stond eerder in het literair tijdschrift Tirade.

Zie ook: Boeken van Nico Dros



Een bijbeldriftig dorp
Ofwel Bodemgeheimen van Oosterend
Nico Dros
Boekwerkersgeschenk 1997, 20 pag., geniet 20 x 13 cm
Omslagfoto: Oosterend 1937






Een bijbeldriftig dorp behelst de geschiedenis van het kerkelijk leven in Oosterend. Dros zoekt in het verhaal antwoord op de vraag hoe het komt dat Oosterend zo'n godvruchtig oord is, terwijl Texelaars zich in de loop der eeuwen over het algemeen weinig aan het geloof gelegen lieten liggen. Hij ontvouwt een opmerkelijke theorie over het dorp dat vroeger wel werd aangeduid als 'het Jeruzalem van Het Noorden'.
Bekende en minder bekende feiten en gebeurtenissen passeren de revue. Over de slechts dertig afgescheidenen bijvoorbeeld, die in 1851 een eigen kerkje begonnen in een oud pakhuis, en over het gedwongen vertrek van de aanvankelijk op handen gedragen dominee Buskes. Dros schetst bloemrijk de veelbewogen perikelen tussen fijnen en groven, en trekt de lijn van het verleden door naar zwarte kousenkerk in de huidige tijd.

Nico Dros (Harkebuurt, 1956) schreef de romans Noorderburen, Familiezaken, Ter hoogte van het Salsa-paviljoen en de essay-bundel Het angstzweet der kolonialen.
Een bijbeldriftig dorp werd in het voorjaar van 1997 in opdracht van de Boekwerkers Texel geproduceerd.



De Razende Bol en de groene schoen
Diet Verschoor
Boekwerkersgeschenk 2000, 24 pag., geniet, 20 x 13 cm





Het verhaal begint in de zachte winter van 2000 en gaat over een man die zijn drukke bestaan in de stad is ontvlucht om op Texel te gaan wonen, het eiland waar hij al sinds zijn jeugd vakantie vierde en dat hij nogal heeft geïdealiseerd. Hij komt terecht in een huisje in de polder Het Noorden, vlak bij de Waddendijk. De man ervaart dat op zo'n eiland wonen heel anders is dan er op vakantie zijn.
Hij begint te vereenzamen, zwerft langs de kust en raakt psychisch in de war. Het duurt geruime tijd voor hij met beide benen op de grond staat en zich thuis kan voelen op het eiland.

Diet Verschoor (Santpoort, 1946) heeft diverse romans op haar naam staan, maar kreeg vooral bekendheid door haar kinder- en jeugdboeken: o.a. Het Fluisterpotlood, Tessa en De brieven van Ilja Irina. In het voorjaar 2000 verscheen bij uitgeverij Leopold de jeugdroman Emma's Noorderlicht.
De Razende Bol en de groene schoen werd in het voorjaar van 2000 in opdracht van de Boekwerkers Texel geproduceerd.



Gids voor de vogels van Texel
Adriaan Dijksen
Met platen van Frits-Jan Maas, Johan Reydon en Peter van der Wolf
Paperback, 120 pag., 15,5 x 21,5 cm, 2e druk 1999






De gids bevat 36 kleurenplaten waarop 174 vogelsoorten staan afgebeeld. Allereerst natuurlijk alle soorten die op Texel broeden en verder alle doortrekkers en wintergasten die geregeld op het eiland voorkomen.
Aan het gedeelte met de platen gaan hoofdstukken vooraf over o.a. vogeltrek en broedgedrag.
Ook is een uitgebreide lijst opgenomen met Texelse dialectnamen.
De vogels zijn ingedeeld naar leefgebied, de omgeving waar ze het meest te zien zijn. Aan elke groep gaat een kort inleidend hoofdstuk vooraf. De beschrijvingen staan steeds op de pagina tegenover die met de afbeelding.
Deze praktische en overzichtelijke opzet maakt het boek tot een handige leidraad voor een brede groep belangstellenden.
Omdat veel specifiek Texelse informatie is opgenomen, zullen ook de meer gevorderde liefhebbers er genoegen aan beleven.

Dialectnamen voor vogels

Ornithologisch jaarverslag Texel 2012, € 8,-
Vogelwerkgroep Texel


UITVERKOCHTE TITELS
Vogels op het Gouwe Boltje - Adriaan Dijksen, uitgave LenR, Texel 1996
De wilde planten van Texel - Johan Reydon en Adriaan Dijksen, Het Open Boek 2006
Ecologische atlas v.d. Nederlandse wadvogels - Teunis Piersma, Bruno Ens, Leo Zwarts, Schuyt&Co, Haarlem 1999
De lepelaars van de Muy - Nol Binsbergen, gebr. Binsbergen / Het Open Boek 1995
Vogels kijken op Texel - Sytske Dijksen-Overbeeke, Ecomare / VVV Texel, Den Burg 1989
Verkade-album Texel - J.P. Thijsse, Verkade's fabrieken 1927, heruitgave Z&K, Ede 1988
Texel, uniek vogelparadijs in de Waddenzee - Jan P. Strijbos, Het Spectrum, Utrecht 1977
Texel vogeleiland - A.J. Dijksen en L.J. Dijksen, Thieme Zutphen 1977
Texel het vogeleiland - J. Drijver, De Spieghel Amsterdam 1934; L.J. Veen, A'dam 1957
De vogels van Texel - Chr. van Orden, A.J. Dijksen en L.J. Dijksen, Texels Museum Vereniging 1967



Texel, een vriendschap, een liefde
Frank Herzen
Met miniaturen van Niek Welboren
Gebonden, 16 pag., 14,5 x 18,5 cm, 1979






Frank Herzen (Haarlem, 1933) kreeg vooral bekendheid met De zoon van de woordbouwer (bekroond als beste jeugdboek van 1970). Hij publiceerde meerdere verhalen en gedichtenbundels waaronder De tuinen van de tijd, Strategie voor eilandbewoners, En zondags een stukje vlees de roman Nulpunt en het tweedelige Arthur in Wales.

Herzen werkte voor de Nederlandse Schoolradio, ontwierp en schreef een 40-delige biologiemethode voor het basisonderwijs, produceerde honderden verhalen voor jeugdbladen en schreef een groot aantal boeken voor beginnende lezers zoals Het landje achter de laatste flat en Ontsnapt aan de piraten.
Niek Welboren (Den Helder, 1946) schildert al jarenlang het Texelse landschap, met een opvallende voorkeur voor details en voor nauwkeurig werk op kleine formaten. Vroeger had hij in Oudeschild een prentenwinkeltje; tegenwoordig woont en werkt hij in De Scholerie, de voormalige school van Zuid-Eierland.

Van deze uitgave werd in 1985 een tweetalige Duits-Nederlandse editie uitgebracht bij Verlag Bert Schlender (Bibliothek der Entdeckungen 12).


Texel, een vriendschap, een liefde
Frank Herzen

Onthalsd bleven de gevels in een dorpsstraat staan,
als gestorvenen onder de guillotine van de wind.
Alleen de stoepsteen wijst een oude datum aan,
zoals in elke man de ziel blijft van een kind.

Het kind dat nog niet weet van vriend en vrouwen.
Een kind dat een verdriet groot als de aarde heeft,
wanneer het lacht als zonlicht pure warmte geeft
en nog op woorden en beloftes durft te vertrouwen.

Gevels verweren in de tijd en mensen groeien
naar herinneringen die men dient uit te roeien,
zodat er geen rancune of obsessie wortelen gaat.

Maar als het mes zijn werk doet voel ik mij,
alsof ik uit dit lichaam gewichtige organen snij
en op een eiland een kleine jongen achterlaat.




Kuukelehaantje Kippekont
(kom je morrege bee me speule?)
Kinderversjes van Theo Timmer met illustraties van Monica Maas





Zeven Kuukelehaantjes



Souwtje de Wijn
Leven en illusies van een Texels kunstenares
Theo Timmer, Hans van der Klift en Pieter de Vries
Geb., 23 x 18 cm, oblong, 60 pag., geïllustreerd, 1980






Souwtje de Wijn was een kleurrijke verschijning in het Texelse landschap. Ze werd in het vissersdorp Oudeschild geboren op 28 oktober 1888. Als kind wilde ze al schilderes worden, maar pas op latere leeftijd kreeg ze de kans om te gaan studeren aan de Rijksacademie in Amsterdam. Daar heeft ze o.a. les gehad van de hoogleraren Aarts, Jurres, Bronner en Roland Holst. Ze etste, maakte steendrukken en schilderde in olieverf. Vrijwel haar hele leven heeft ze op Texel gewerkt, eerst in Oudeschild, later in De Rustende Landman achter de Zaandammerdijk en op het eind van haar leven in De Roef bij 't Horntje. Vooral in het begin van de jaren dertig en rond 1950 is ze heel productief geweest.Het overgrote deel van haar Texelse landschappen zijn pastels en aquarellen. Souwtje heeft zich in haar ambitie tegengewerkt gevoeld, vooral door haar vader. Om die reden begon ze in het begin van de jaren dertig te signeren met haar moeders naam: Zwanenburg.

Iedereen op het eiland kende haar. Souwtje was een eigenzinnige vrouw die veel van dieren hield. Ze was vermaard om haar filosofische instelling en venijnige uitspraken. Ze overleed op 22 maart 1969. Ruim 10 jaar later werd voor het eerst een grote tentoonstelling van haar werk gehouden en kreeg ze in bredere kring erkenning. Als 'het geitenwijf' figureert Souwtje in De zomer van dat jaar (jeugdroman Imme Dros).

Boektekst

Schilderijenpagina



Moete ze d'r uut burgemeester?
43 Tesselse volksverhaaltjes
Theo Timmer en Femmy Witte
Paperback, 56 pag., 18,5 x 14 cm, 6e druk 1995
In herdruk






Watersnood 1775-1776
Verslag van de gebeurtenissen langs de Texelse kust
Geniet, 36 pag, 13,5 x 21,5 cm, geïllustreerd, 1974





Fotografische heruitgave van fragmenten over Texel uit de drie delen Bespiegeling over Neerlandsch Waternood die in 1776 en 1778 werden uitgegeven bij Loveringh en Allart in Amsterdam.
Het betreft een verslag van gebeurtenissen op 14 en 15 november 1775 en 20 en 21 november van het jaar daarna, met ooggetuigenverslagen uit o.a. Oost en Oudeschild en een relaas over scheepvaart ongelukken voor de kust. Vooral de situatie bij Oudeschild was lange tijd kritiek.
Om het wegspoelen van het wier te voorkomen, had men de dijk met zeilen beschermd. Het kon niet verhinderen dat de zee voor het dorp op vele plaatsen over de dijk liep. Een groot deel van de bevolking vluchtte naar Den Burg, De Hoogeberg en De Schans.
De dijk benoorden Oost kon met geluk behouden blijven, dankzij een op drift geraakt vaartuig dat op de gevaarlijkste plek was blijven steken.



Ballade van Texel
Texel en omgeving in het midden van de zestiende eeuw, toelichting bij de reproductie van een kaartfragment
Henk Schoorl
Geniet, 28 pag., 20 x 20 cm, met gereproduceerde kaart van 40 x 60 cm, 1976





In het Algemeen Rijksarchief in Den Haag bevindt zich het origineel van de oudste handgetekende kaart van de kop van Noord-Holland (collectie Hingman, nr. 2486). Het is één van de charmantste en schilderachtigste kaarten van dit gebied. De kaart is anoniem en niet gedateerd. Het origineel meet maar liefst 80 x 240 cm.

Ballade van Texel is een toelichtingsboekje bij de reproductie van een gedeelte van deze kaart. Het betreft het linker deel met de eilanden Texel, Wieringen en Huisduinen, verkleind naar het formaat 40 x 60 cm Aan de hand van de inpolderingsgeschiedenis van de Zijpe komt Henk Schoorl tot de conclusie dat de kaart getekend moet zijn door Jan van Scorel, en wel in het voorjaar van 1552. Schoorl beschrijft gedetailleerd de voorgeschiedenis van de bedijking, vervolgens bespreekt hij de details op het gereproduceerde deel. Aan de hand daarvan weet hij een levendig beeld te schetsen van de dorpen, molens, visserij en allerlei bedrijvigheid op de kaart, en in het algemeen van het eiland Texel en haar omgeving in het midden van de zestiende eeuw.

Boektekst

Bijlage >

Zie ook: De Convexe Kustboog - Henk Schoorl



Terug op de plaats
Op zoek naar een vriendelijk dorpsplein
Theo Timmer en Jan Visser
Geniet, 30 pag., 20 x 20 cm, met foto's en reconstructietekeningen, 1975/76





In 1969 werd de bevolking van Texel opgezadeld met een nieuw gemeentehuis. Op de Groeneplaats, in het centrum van Den Burg verrees een groot, saai en stads kantoor.
Het uit de 17e eeuw daterende statige raadhuis aan de Binnenburg moest ervoor verdwijnen, evenals Het Raaksje, een straatje huizen aan de pleinzijde. In één klap verdween het intieme karakter uit het centrum.
Architect Jan Visser en Theo Timmer deden onderzoek naar de bebouwing op het plein, en hebben hun bevindingen vastgelegd in dit boekje. Aan de hand van foto's en maatschetsen zijn de gesloopte huizen gereconstrueerd en is de bewoningsgeschiedenis beschreven. Vervolgens wordt het plan geopperd om de huizen er maar weer neer te zetten.
Terug op de plaats is het eerste herstelplan geweest van de reeks die in de afgelopen vijfentwintig jaar is ontwikkeld.

Bijlage >



Het eiland Texel en zijne bewoners
F. Allan
Geb., 136 pag., 20 x 13,5 cm, 1980, heruitgave van editie 1856





Wetenswaardigheden voor de reiziger in het midden van de 19e eeuw. Allan beschrijft de dorpen en gehuchten, de geschiedenis, de voortbrengselen en de voornaamste inpolderingen op Texel. Hoewel hij stevig leunt op het oudere Brieven over Texel van Pieter van Cuyck, weet hij ook veel aardige dingen toe te voegen, bijvoorbeeld over trouwen en begraven, klederdracht en taal, en over (voormalige) gebruiken als queesten, krieken, zuuppot en meijerblis.

De kaart van Notaris Kikkert uit 1854 is als bijlage aan het boek toegevoegd. Van deze kaart is nadien een herdruk gemaakt met daarop ingetekend de scheepsstrandingen langs de noordwestelijke kust.


LITERATUUR

Brieven over Texel - Pieter van Cuyck, en de nabijgelegen eilanden, Delft 1789, heruitgave Krusemann 1969
Isaak Tirion over Texel, heruitgave Het Open Boek 1974
Watersnood 1775-1776, verslag van de gebeurtenissen langs de Texelse kust, Het Open Boek 1974



Texel 1945
Gesprek met Artemidze, leider van de Georgiërsopstand
Connie Brood
16 pag., geniet, overdruk uit Vrij Nederland 1983
Omslag: Artemidze bij het russenkerkhof op Texel






Op 5 april 1945 namen in een bunker op Texel drie Georgiërs een beslissing die verstrekkende gevolgen zou hebben. Ze maakten deel uit van het 822ste Georgische Infanteriebataljon dat sinds 1943 bij de Duitse Wehrmacht was ingelijfd. Jewgeni Artemidze (secretaris van de partijorganisatie van het bataljon), Sjalwa Loladze (militaire leider van het bataljon) en Sergej Gudzjabidze (politiek-commissaris) besloten om in opstand te komen tegen de Duitse Wehrmacht op Texel. Een onmogelijke zaak op een ongeschikt tijdstip: de oorlog was aan Texel vrijwel voorbijgegaan en er heerste een stemming dat het zo wel zou blijven tot aan het naderende einde.
De opstand werd neergeslagen. Van de drie leiders overleefde alleen Artemidze de strijd die aan bijna 500 Georgiërs, 117 Nederlanders en ± 2000 Duitse militairen het leven kostte.

Zie ook: Opstand der Georgiërs - Dick van Reeuwijk